Ina was 15 toen ze voor het eerst van ARFID hoorde

Al vanaf haar geboorte had Ina problemen met eten. Zelfs het overstappen van moedermelk naar vaste voeding ging moeizaam. Maar waar ze precies mee kampte, was voor behandelaren en artsen lange tijd een raadsel. Tot ze op haar 15e voor het eerst van ARFID hoorde, en de puzzelstukjes op hun plaats vielen. Toen ze 17 jaar oud was, kwam Ina terecht bij SeysCentra voor een vier weken durende behandeling van ARFID: “Ik had nooit verwacht dat er zoveel mogelijk was in zo’n korte tijd!”

“Het is nu met overtuiging in het verleden, maar ARFID heeft 17 jaar lang wel impact op mijn leven gehad,” vertelt Ina. “De onderzoeken naar wat er aan de hand was begonnen toen ik 4 jaar oud was. Er werd eerst gekeken of er lichamelijk een probleem was, maar dat bleek niet het geval. Ik ben een paar jaar naar een logopedist geweest, met weinig vooruitgang. Daarna ging ik door naar een opvoedpoli, waar ik wel stappen maakte, maar waar uiteindelijk de behandeling stopte omdat ik geen gecombineerd voedsel wilde eten.”

Geen normaal leven

Ina had voornamelijk sociaal veel last van ARFID. “Kijk, lichamelijk ging het wel. Ik had geen ondergewicht, want we zorgden ervoor dat er genoeg voedsel binnenkwam. Ik at drie verschillende groentes, drie soorten eiwitten en drie soorten koolhydraten. Maar het was geen normaal leven. Ik had veel vrienden aan wie ik dan moest uitleggen wat er aan de hand was, terwijl ik toen nog niet eens het begrip ARFID kende. 4 jaar geleden kwam ik bij het ziekenhuis terecht voor behandeling en spraken we voor het eerst een kinderarts die ons meer kon vertellen over ARFID. Ook waren er een diëtist en psycholoog betrokken bij mijn behandeling. Ik kreeg hier een doorverwijzing naar SeysCentra, waar ik in 2024 kon beginnen.”

Vooruitgang na één week

Ina vertelt over haar positieve ervaring met de behandeling bij SeysCentra: “Ik was 4 weken van maandag tot en met vrijdag op locatie, en zat in een groepje met leeftijdsgenoten. Dat was heel fijn. Elke dag had ik 3 individuele sessies en één groepssessie.” Groepssessies zijn vaak praatsessies, om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Elke groepssessie heeft een ander inhoudelijk thema. Soms oefenen de jongeren tijdens een groepssessie met iets wat ze spannend of lastig vinden. “We hadden enkele praatsessies op het begin om te ontdekken waar het probleem zat. Na die eerste week zagen we al vooruitgang, ik kon het niet geloven.” Ina was zelf ook enorm gemotiveerd tijdens haar behandeling: “Ik had een tussenjaar genomen na het vervroegd afronden van school, met het idee dat ik dan tijd had voor een therapie die mij zou kunnen helpen. Ik dacht ook: als dit niet werkt, weet ik het echt niet meer. Maar gelukkig was daar geen sprake van. Na de eerste week durfde ik meer te proeven en in de tweede week ging ik zelfs over naar gecombineerd voedsel. Iets dat ik daarvoor absoluut niet wilde. In de laatste twee weken oefende ik met grotere porties van gecombineerd eten. Ik ging nooit met tegenzin naar de locatie. Het was eigenlijk ook heel gezellig, bijvoorbeeld wanneer we spelletjes speelden tussen sessies door.”

“We begonnen met kleine stapjes, kleine stukjes eten. Elke keer als het dan lukte om dat te eten of iets nieuws te proberen, gaf dat kracht. Dan dacht ik: ik kan dit!,” zegt Ina over dat wat haar steun gaf tijdens de behandeling. “Ik zag zelf meteen vooruitgang, ik zag wat er aan het veranderen was. Vooral ook in mijn gedachtes: het hebben van positieve gedachten werkte voor mij heel goed, dat had ik nooit verwacht van tevoren. De steun van het team van SeysCentra hielp me ook heel erg tijdens de behandeling.”

Van bijna niets, naar bijna alles

Thuis ging de behandeling door en oefende Ina met nieuwe dingen proberen. Ze at bijvoorbeeld iets anders voor ontbijt dan normaal of ze probeerde iets gemixt eten te eten. “Het was belangrijk dat ik de sessies thuis door kon zetten. Vergeleken met de sessies waren de stappen en hoeveelheden thuis kleiner, maar dat konden we dan ook langzaamaan uitbreiden.” Waar Ina voorheen twintig verschillende producten at en nooit gecombineerd eten at, eet ze inmiddels bijna alles, ook gecombineerd. “Ja, tuurlijk zijn er dingen die ik niet lekker vind. Maar dat heeft iedereen!” zegt Ina. “Het is van 1% naar 99% gegaan, voor mijn gevoel. Bijna allemaal in die maand bij SeysCentra. Nu denk ik wel eens: hoe heb ik daarvoor op zo’n manier geleefd?”

Meer energie

Ina ervaart nu meer rust in haar leven: “Het hoeft nu niet meer constant over eten te gaan. Het leven is nu makkelijker. Ik ging tijdens het traject langs bij vrienden, die vonden het cool om te zien hoe snel het veranderde. Ze zagen mij op school elke dag en wisten dat ik ARFID had, en nu kon ik opeens met hun mee eten. Dat was een hele opluchting. Het is niet zo dat we opeens veel uiteten gaan, dat zat niet in onze gewoonte. Maar nu kunnen we dat wel, als we willen. Schoolreisjes of vakanties waren ook altijd ingewikkeld: dan zocht ik van tevoren de menu’s op van de restaurants waar we gingen eten, om te weten of er iets tussen zat dat ik kon eten. Ik was ook altijd oververmoeid vergeleken met anderen van mijn leeftijd, want het kostte mentaal ook veel energie. Het is een opluchting dat dat allemaal weg is.”

Een andere toekomst

Ina blikt positief terug op haar tijd bij SeysCentra en komt nog graag terug op de locatie. Haar behandeling heeft zelfs invloed gehad op haar carrièrekeuzes: “Ik was altijd een heel wiskundig kind, maar nu studeer ik pedagogische wetenschappen. Ik wil doen wat de behandelaren doen bij SeysCentra. Ik wil leren wat er allemaal achter zit. Dat merkte ik al tijdens mijn traject: ik was altijd heel geïnteresseerd en kon dan de behandelaren om uitleg vragen. Mijn behandeling bij SeysCentra heeft mijn toekomst veranderd: niet alleen op het gebied van eten, maar zelfs op het gebied van mijn carrière.”

Ook voor andere kinderen heeft Ina nog een boodschap: “Geef niet op! Ik was 17 toen ik begon aan mijn behandeling, maar het is nooit te laat! Ik had ook tijden waarop ik dacht dat het nooit anders zou zijn, maar het kan echt.”